Inclusieve leer- en ontwikkelomgeving kan wél

Ja, het vraagt creativiteit, doorzettingsvermogen, geduld en optimisme. Maar een inclusieve leer- en ontwikkelomgeving kan wél, zo bewijst de Talentencampus Venlo al ruim 12 jaar. En dat is inspiratie voor Zonova, dat een eigen visie ontwikkelt. ‘Wat kinderen nodig hebben, is leidend. En dat is niet geld.’ 
 
Een rondgang door het imposante, open gebouw van Talentencampus Venlo leert dat inclusief leren en ontwikkelen geen vergezicht is. Op deze locatie genieten kinderen met uiteenlopende behoeften samen van het aanbod. De Talentencampus is een integraal en inclusief kindcentrum met zowel reguliere als specialistische kinderopvang, maar ook met regulier basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs (zowel voor moeilijk lerende kinderen als voor kinderen met bijzonder gedrag). Opvallend is de rust in de groepsruimtes en gangen. De voorgeschreven orde en netheid zal daar ongetwijfeld een bijdrage aan leveren: de Talentencampus hanteert de strengere hygiëne- en veiligheidsnormen van kinderopvang, dat ook in het gebouw zetelt.  
 
Venlo en Roermond 
Een delegatie van Zonova opvang & onderwijs, vergezeld door het Samenwerkingsverband, is eind mei op bezoek bij Talentencampus Venlo en de Synergieschool Roermond. Beide instellingen zetten zich in voor inclusief onderwijs, waarbij hard gewerkt wordt om zo min mogelijk schotten tussen regulier en speciaal (basis)onderwijs te hebben, in nauwe samenwerking met kinderopvang. ‘De-institutionalisering van onderwijs’ wordt het ook wel genoemd. De behoefte van het kind staat centraal. Daarmee lopen de Limburgse locaties voor de troepen uit.  
 
De Nederlandse overheid wil dat alle scholen vanaf 2035 een inclusieve leeromgeving bieden voor kinderen met en zonder extra ondersteuningsbehoeften. In onderwijsland is bijna niemand daartegen, maar onderwijsprofessionals hebben wel vragen bij het tempo en de voorwaarden om de ambitie van de overheid te verwezenlijken. Hoe zit het bijvoorbeeld met de geschiktheid van school- en opvanglocaties? En wat betekent dit voor de werkdruk? Welke extra expertises zijn er mogelijk om alle kinderen te bieden waar recht op hebben? 
 
De locatie is inderdaad cruciaal, zo blijkt tijdens het bezoek aan de Limburgse instellingen. Talentencampus Venlo had al jaren voor de opening van de campus in 2012 een duidelijke visie op inclusief onderwijs en nam een lokale architect in de hand om het gebouw in te richten. Die had goed geluisterd naar de initiatiefnemers en vertaalde de vooruitstrevende onderwijsmethode naar een meer inclusieve leer- en speelomgeving. Kinderen van 0 tot en met 13 jaar maken in Venlo gebruik van alles wat er onder één dak wordt aangeboden. 
 
Ontschotten 
In Roermond verliep dat proces iets anders. Daar begon men enthousiast met ‘ontschotten’ en werden open leer- en speelomgevingen gecreëerd. Gaandeweg de rit kwamen de onderwijsprofessionals erachter dat verschillende groepen kinderen in één unit soms te veel rumoer gaf. Het gebouw wordt nu op diverse plekken juist weer van ‘schotten’ voorzien. Al doende leert men.  
 
Terug naar Venlo. Daar ziet men het resultaat van de inclusieve aanpak. Er is geen sprake van verschillende scholen onder één dak, maar van één talentencampus voor zo'n 600 kinderen. Er is sociale integratie: kinderen leren en spelen samen. Er is veel instroom uit de nabije omgeving maar ook van buiten Venlo. De campus geeft een passend antwoord op de sterk gegroeide verscheidenheid aan leer- en zorgvragen van alle kinderen: alleen de ontwikkelingsbehoefte telt. Anders gezegd: wat kinderen nodig hebben, is er leidend. En dat is niet geld. Een algemeen directeur is verantwoordelijk voor zowel opvang als onderwijs, regulier en gespecialiseerd. De teams werken geïntegreerd en de 100 enthousiaste opvang- en onderwijsprofessionals weten elkaar mettertijd steeds beter te vinden. Dat was niet altijd het geval, maar had tijd nodig om te groeien. Een integrale aansturing was daarbij van essentieel belang. 
 
Wet- en regelgeving 
Toch zijn het vaak de financiën die voor hoofdbrekens zorgen bij ‘de-instutionalisering’ van onderwijs. Wet- en regelgeving loopt achter bij vernieuwing van onderwijs en bureaucratie ligt op de loer, ook al wil de overheid vanaf 2035 naar inclusief onderwijs. Het BRIN-nummer (Basisregistratie Instellingen) is daar een sprekend voorbeeld van. Dit unieke nummer wordt door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) uitgegeven aan onderwijsinstellingen in Nederland.  
 
Juist daar wringt de schoen. In Venlo en Roermond is sprake van één onderwijsinstelling, maar ze kunnen de meerdere BRIN-nummers voor de afzonderlijke scholen niet loslaten. Daarmee zou de bekostiging van passend onderwijs in gevaar komen. Inclusief onderwijs is dus zeker mogelijk, maar in de administratie zijn de schotten voorlopig nog niet verdwenen. 
 
Genoeg stof tot nadenken voor Zonova, dat grote stappen wil zetten richting een volledig inclusieve leer- en ontwikkelomgeving. De visie van Zonova, zoals verwoord in het Koersplan 2025-2030, is daarbij leidend: ieder kind in Amsterdam Zuidoost beschikt over unieke talenten. Wij mogen hen begeleiden om deze te ontdekken en vervolgens maximaal te ontwikkelen. Ongeacht op welke locatie een kind is ingeschreven.